NPSB huttentocht

0
260
NPSB-Huttentocht 2018

“Haute route du Valais”

Lang keken deelnemende collega’s uit naar de huttentocht “Haute route du Valais” in de Zwitserse Alpen, oorspronkelijk een klassieke skiroute dwars door het beroemde Wallis, van Chamonix naar Zermatt. Tegenwoordig komen er hikers uit de hele wereld naartoe om de route lopend af te leggen. Toen de NPSB ons berichtte dat de reis door kon gaan diende zich de gids van de bergsportverenging (NKBV) aan, tevens een collega van de Eenheid Amsterdam.

Op zondag 1 september stond de groep klaar in Fionnay (1491m) een gehucht in Val de Bagnes, allen bepakt met een 10-12 kilo zware rugzak een gezonde dosis energie. Het was droog en licht bewolkt in het dal na een week van regen. Op weg naar de eerste berghut, Cabane de Louvie (2207m) bleek dat de gids het tempo van de klim van 700 meter goed wist te doseren zodat het voor iedereen te doen was. Onderweg was er aandacht voor looptechniek in steil terrein en blokkenvelden. Eenmaal boven bij de hut hadden we mooi uitzicht op een bergmeer en het dal dat ver in de diepte lag. Tijdens een ronde om het meer werden we verrast door twee steenbokken en een marmot. Het was bijzonder om aan enkele ruïnes te ontdekken dat op deze hoogte al in de 13e eeuw landbouw werd gedreven.

De dagen hierna voerden door hoog en afgelegen gebied. Door rotswoestijnen, over hoge bergpassen en de morenen van oude gletsjers met gemiddeld 1000 meter stijgen en 1000 meter afdalen per dag, over 10-15 kilometer horizontale afstand. Die inspanning zou de volgende dagen niet anders worden.

Onderweg was het effect van opwarming van de aarde duidelijk te bemerken. We liepen over rotsen die miljoenen jaren bedekt waren geweest met ijs en sinds 1850 in rap tempo wegsmolten. De derde bracht ons naar het hoogste punt van de reis, de Col des Ignes (3183 m). De col was op het laatste stuk loodzwaar en steil, maar de beloning was er ook: een 360 graden vergezicht over alle toppen zo ver het oog reiken kan. Maar ook niet onbelangrijk: het bracht even bereik op de telefoon! Een mooi moment voor iedereen om na drie zware wandeldagen even naar het thuisfront te bellen.

Op dag vier daalden we weer af tot onder de boomgrens. Dat betekende groen in de vorm van bomen, gras, prachtige wisselend gekleurde plantjes en bloemetjes en her en der Zwitserse koeien met de bekende klingelende bellen om de nek. Ook kregen we weer te maken met bergdorpen in Zwitserse stijl met prachtige bloembakken met fleurige geraniums. Vermeldenswaardig was Lac Bleu, een stil meertje dat ons onderweg verraste met prachtig helderblauw water, omlijst met bos en hoge bergtoppen, waarin elk takje op de bodem te zien was.

De zwaarte van deze tocht werd pas duidelijk toen we rond 12:00 uur het dorp Evolene bereikten. Nog 6 uur klimmen naar de hut! Met de zware dagen in de benen was dat een mentale tegenvaller. Na onderlinge beraadslaging nam de gids contact op met de hut die gereserveerd was. Ze begrepen het en we konden de etappe uitstellen naar morgen, ten behoeve van fysiek herstel. Een feest! Niet in de laatste plaats omdat we ad hoc konden overnachten in een oud berghotelletje met allure. In 1932 sliep koningin Wilhelmina er toen ze Evolene bezocht en nu liepen wij door dezelfde gangen. Na de dagen met Spartaans huttenvoedsel, was het ook tijd voor vers brood, een douche en een flink diner.

De volgende dag startten we vroeg weer op om de 1650 meters omhoog te tackelen. Iedereen was uitgerust en goed op krachten. Ieder kon in zijn eigen tempo omhoog. Ook nu liepen we eerst een aantal uren door bossen en hoger gelegen velden om uiteindelijk weer in het rotsige hooggebergte uit te komen. Het laatste uur trok de lucht dicht, wind en regen maakten dat we de regenjassen en mutsen nodig hadden. Toch had ook dit weer charme op deze verlaten ruige hoogte. De beschermende kleding was veilig en onderweg naar de hut, konden we ook genieten toen iemand een prachtige wit bekroond plantje in de rotsige bodem ontdekte: Edelweiss! Het bloempje moet de gids op ideeën hebben gebracht. Terwijl de regen ’s avonds in de hut tegen de ruiten sloeg, trakteerde hij ons op Enzian, sterke drank van wortels van een om zijn bitterheid beruchte bergplant.
Op dag zes liepen we ’s ochtends in de kou en de mist urenlang door rots landschap naar Lac de Lona, een enorm azuurblauw stuwmeer van vijf kilometer dat tussen de bergketens opgesloten ligt. De mist trok op en het meer bleef de aandacht trekken. Toen de zon doorbrak zagen we aan het einde een reusachtige gletsjer die het meer van mineraalrijk smeltwater voorzag. Een adembenemend gezicht! Bedenk daaromheen planten en bloemen in alle kleuren van de regenboog, daarbij het geluid van honderden koeienbellen en het plaatje is compleet. Wat een wandelspektakel! Aan het einde van de dag bracht een indrukwekkende klim van 500 meter ons bij de Cabane de Moiry die, hoog op een rotswand, bijna leek te zweven boven de gletsjer. Onderweg liepen we samen op met alpinisten die in het weekend vanuit de hut de omliggende bergen zouden gaan beklimmen.

NPSB-Huttentocht 2018

De nacht op hoogte bracht flinke vorst. Toch even wat anders na een korte broekendag. En dat vrieskou niet zonder gevaar is in de bergen bleek toen we onderweg Engelse lopers inhaalden, die een gewonde verzorgden, nadat ze hard op de rotsen was uitgegleden bij de oversteek van riviertje.

Na wat professionele hulp verleend te hebben liepen we snel door om warm te blijven. Boven op de col keken we aan de ene kant van de graat naar het stuwmeer in de diepte en aan de andere kant naar de hoogste top van Zwitserland, de Weisshorn (4505m). Bezweet en in de warme zon aten we met smaak de dik met kaas en worst belegde boterhammen op die ze in de hut voor ons hadden gemaakt. Later, tijdens de afdaling, liepen we opeens in een skigebied met dagtoeristen die zich met de kabelbaan omhoog lieten takelen om de uitzichten te zien. Ze keken tijdens het omhoog zoeven duidelijk raar op van mensen die zelf wandelend afdaalden over de bergpaden.

In het dal namen we de bus naar St. Luc (1655m) een skioord, tegen een bergwand. Vooraf hadden we begrepen dat het geboekte hotel al vol zat en dat we in een onbekend locatie op de berg zouden slapen. Spannend dus, zeker na een zware dag. Maar soms heb je een geluk bij een ongeluk. Bij het dalstation van een skitreintje wisten ze precies van onze komst. Een sportieve Zwitserse jonge vrouw toverde treinkaartjes tevoorschijn en bracht ons even later zelf als machinist naar het bergstation 500 meter hoger. Hier werden we verwelkomd door iemand in de deuropening van een skihotel die dat kennelijk had opengehouden tot onze komst. Hij wees op eten en drinken en zou de volgende morgen weer ontbijt komen maken. Voordat we het goed en wel snapten, was hij weer verdwenen. Daar zaten we dan. Moe en voldaan, in ons privéhotel, een opgemaakte 6-persoonskamer, echte douches, een balkon met openslaande deuren, van Oost naar West uitzicht op majestueuze bergen, een feestmaal met wijn en bier, goede gesprekken en nog uren zon. Het gelukkigste clubje mensen ter wereld!

NPSB-Huttentocht 2018

De een na laatste dag voerde ons onder de Bella Tola (3025m) langs groene weiden, meerdere bergmeertjes, een planetarium en skiliften naar de Tsa du Touno-Forcletta (2874m). De zon brandde op de rotsen en na een paar uur klimmen en afdalen kwamen we bij een bergmeer dat uitnodigde voor een zwempartij. Ondanks de hoogte (2600m) doken twee stoffige groepsgenoten het koude water in, maar kwamen daar snel klappertandend weer uit. In elk geval voelden ze zich erna zo schoon en fris dat een douche in het dal niet meer nodig was.

Op de laatste wandeldag klommen we 1290 meter en daalden we er 1120 om op het eindpunt St Niklaus uit te komen. In de koele ochtend begon de route in het bos. Het slingerde hoger door roodgekleurde velden van herfstige bosbessenstruiken, een kilometerslang blokkenveld en een warme afdaling met prachtige vergezichten richting Zermatt. De laatste blikken op de witte toppen wierpen we vanuit de kabelbaan die ons terugbracht naar de auto’s. Het was helaas voorbij. Na 9 dagen bleken we 150 km door de bergen gewandeld te hebben, inclusief 10 kilometer klimmen en 10 kilometer dalen. Een flinke sportieve prestatie, die geleverd werd onder relaxte omstandigheden, waarbij alles bespreekbaar was. Het was een eye-opener dat we als collega’s via de NPSB deze mogelijkheid tot het maken van bergsportreizen hebben, die tegelijk een flinke conditionele oppepper is!

Hans van Heusden

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here