Home Sporten Bergsport C1-cursus in het Silvrettagebergte

C1-cursus in het Silvrettagebergte

0
292
C1 Cursus

Deze week pakt niemand me meer af

Dag 1: naar de Jamtalhütte
Vijf collega’s verzamelden zich om 09.00 uur bij het huis van berggids Adi in het Oostenrijkse Galtür. Hij gaat ons omhoog leiden, naar de hut, naar de top, en naar de kennis die we nodig hebben om zelfstandig te kunnen alpineren. De C1-cursus van de NPSB / KNVB vereist ‘een goede conditie’ en op de eerste kilometers omhoog kan de gids al snel inschatten wat voor vlees hij in de kuip heeft. Het is zweten omhoog lopend. Ik kan me niet voorstellen dat ik die dikke handschoenen, muts, regenkleding en puffer nodig zal hebben komende week.
De eerste middag is het meteen 2,5 uur knopen oefenen. Halve en hele mast, prusik, zakknoop, acht en gestoken acht. Verwoed knopen we onszelf vast aan haken, touwen en karabiners. Het is best veel. Maar met deze knopen kun je jezelf – en anderen – dus redden op een berg. Goed in de oren knopen dus ;)

Dag 2: Haagspitze
En dat mogen we de volgende ochtend – stipt 07.30 uur vertrek – meteen in praktijk brengen. Na een stevig huttenontbijt maken we onze eerste hoogtemeters op rotsige paden, steken we bergstroompjes over en mogen we onze stijgijzers onderbinden. De eerste stappen op het ijs voelen onwennig. Dan aan het touw. Het stuk helder ijs laten we achter ons en we ploegen door de sneeuw richting de Haagspitze. Gelijkmatig lopen, 7 meter touw tussen de personen in. Alles om een val in een verborgen spleet goed op te kunnen vangen. Het uitzicht op de rotsen en de komvormige gletsjer is fenomenaal en bij aankomst van het laatste stukje klim zien we een steenbok naar ons loeren vanaf de top. Eenmaal boven genieten we van het uitzicht en eten we rustig onze boterham op.

Dag 3: Dreiländerspitze
Dat het niet altijd zo gaat, komen we de volgende dag achter. Dan moeten alle spullen mee en klimmen we via de Dreiländerspitze (3000 m) naar de Wiesbadener Hütte. De eerste top waar we met touwen klimmen en kunnen oefenen met het zekeren van elkaar. We draven weer stevig bepakt omhoog, en bij een druppelende ijsrand stappen we de Jamtalferner (gletsjer) op. Het blijft confronterend om te zien hoever en hoe snel de gletsjer opschuift. Of beter gezegd: wegsmelt. In een sjokkend ritme sneeuwklossen we verder naar boven. Het zou vandaag wat eerder op de middag slecht weer kunnen worden. We hebben het programma al omgegooid door vandáág een topje te pakken omdat het morgen nog eerder op de dag slecht weer wordt voorspeld. Gids Adi komt hierdoor ook meer in zijn Bergführer-modus, geen tijd voor uitgebreid stilstaan en van het uitzicht genieten. Slokje drinken en door. Aan het begin van de middag bereiken we de andere kant van de Ochsenscharte en mogen de rugzakken eindelijk aan de kant. Met stokken / touwen / stijgijzers gaan we verder en komen we bij de rotsen richting de Dreiländerspitze. Tijd om die hele en halve maststeken uit te werpen. Hoe hoger we komen, hoe beter we ook de naderende wolken zien. Gaat dat wel goed…? Moeten we niet omdraaien? Ik vertrouw op de gids. Na twee touwlengtes geklommen te hebben besluit Adi het over een andere boeg te gooien. Met z’n allen aan één touw en bij de eerste regendruppel moeten we omdraaien. Yes, we gaan ervoor!
In de laatste meters zitten een paar ‘luchtige’ stukjes. Maar dan: ja, de top! Onze eerste 3000’er! Dat voelt als een fysieke en mentale overwinning! Maar ja, dan begint de tweede helft van de dag: naar beneden. Het is: 1 selfie en hup naar beneden, want er komt wat aandrijven en snel ook. De eerste druppels voelen we al en nog voordat we bij de tassen zijn, hagelt het. De regenkleding nog snel aan kunnen doen en dan tussen gerommel in de lucht naar beneden kletsen in de regen. De hut is de veiligste plek. Wanneer is het dan écht gevaarlijk als je onweer tegenkomt in de bergen? ‘Als je hoog zit en je haren recht overeind gaan staan door de statische lucht’. Oké, dat is wel echt dichtbij. Maar ook dan: beter zo snel mogelijk naar de hut. Ook dat zijn belangrijke berglessen.

Dag 4
Vanuit de Wiesbadener Hütte vertrekken we op woensdagochtend nog een half uurtje vroeger. Na drie kwartier over de mistige hellingen trekken we de regenkleding aan en vraagt Adi of ons iets is opgevallen… Het was heel druk bij de hut, maar niemand vertrok. Iedereen stond afwachtend rond te kijken en te vragen: ‘Wat doen jullie vandaag?’ Ik snap het, want het is half 8 ’s ochtends en we lopen al in de regen. Maar wij hebben een gids die graag oefeningen in de praktijk uitvoert. Dus reddingsspleetoefeningen met doorweekte en bevroren vingers en al je winterkleding aan it is. Heel realistisch! En dat is het. Want een touwconstructie maken met dikke handschoenen aan is toch echt best lastig. Grote lussen maken. Een pickel ingraven in een T-anker? Hard werken. Over de ijsrand hangen, wachten tot je wordt gered? Zwaar leven. Het voelt toch wel echt even wat heroïscher dat we dit in deze weersomstandigheden oefenen. Stoerder dan die andere cursusgroep die de hele dag bij de hut rondhangt 😛. De Kaiserschmarrn smaken bij de lunch ook extra lekker vandaag. In de middag ploeteren we bij de hut nog even verder met de touwen en knopen.

Dag 5: Silvrettahorn
Vandaag is het tijd voor de koninginnenrit, de bergterm weet ik hier nog niet voor. De voorspellingen zijn goed, Adi laat zelfs zijn regenboogparapluutje bij de hut. Bijna in colonne vertrekken er hordes alpinisten (wij zijn alpinisten! Ik ben een alpinist!) richting de Ochsentalergletsjer. Maar waar de meute rechtdoor gaat naar de beroemde Piz Buin (3312 m), slaan wij rechtsaf voor de beklimming van de ‘viel schönere’ Silvrettahorn (3244 m). De gletsjer is weer wonderschoon en er ligt verse sneeuw van gisteren. Een flink stuk klimmen met touwen vandaag. Op de grens met Zwitserland eten we nog even snel een broodje en dan gaan we klimmen. Sommige stukjes moet je wandelen, al is dat ook nog behoorlijk als geitjes tegen een bergwand op. Ik moet nog flink hardop denken met het leggen van de knopen. Eerst dit, dan dat. Gelukkig zijn daar de bemoedigende woorden: ‘als je maar weet wanneer je het fout doet’. Dan kun je nog corrigeren. Beter dan met een verkeerde knoop omhoog. In zonnige toestanden komen we boven. We schrijven onze namen in het gipfelboek en kunnen rustig ons broodje eten en de 15 euro Snickers. De terugweg verloopt voorspoedig, de laatste kilometers afdalen gaan bijna in rennend tempo. Bij de hut wacht ons een middag op het terras in de zon met de welverdiende drankjes en versnaperingen.

Dag 6: abseilen
Vandaag is de laatste dag. Maar we gaan niet naar huis voordat we onszelf omhoog kunnen takelen vanuit een afgrond én kunnen abseilen. Voor deze oefeningen zoeken we de nabijgelegen Klettergarten op. Inmiddels ontstaat er enige routine in het leggen van de knopen. Door een constructie van katrollen met prusiks te maken kun je jezelf dus omhoog trekken langs een afgrond. Dat voelt echt zelfredzaam. En met dezelfde knopen die we al de hele week gebruiken kun je dus ook veilig naar beneden komen langs een berg. Deze kennis pakken ze ons niet meer af. De laatste kilometers naar het dal lopen we ontspannen. In Bielerhöhe zien we allerlei toeristen lopen die vanaf de bus een rondje om het stuwmeer lopen. We beseffen dat we ineens weer in de (semi)bewoonde wereld zijn. We zijn echt een week in de bergen geweest. Een week helemaal weg. Een geweldige ervaring. In de appgroep verschijnt op de terugweg al een lokkertje voor volgend jaar… ‘Je kunt ook de Grossglockner beklimmen met de NPSB…’