4080 hoogtemeters | 101.656 stappen | 3 berghutten
Met acht deelnemers en een berggids brachten we een week door in de bergen, met als doel twee toppen: de Großvenediger en de Grossglockner.
Großvenediger
De tocht naar de Großvenediger voerde ons over lange gletsjervelden. Het lopen met stijgijzers en aan het touw vergde concentratie en een gelijkmatig tempo. Dit gelijkmatige tempo werd na enkele uren helaas steeds langzamer door een blessure bij een van de deelnemers, die uiteindelijk niet verder kon en op spectaculaire wijze door een reddingshelikopter hoog van de gletsjer werd gehaald. Na uren klimmen bereikten we de top op 3.666 meter, waar we naast de omliggende bergen en gletsjers ook ons volgende doel, de Grossglockner, duidelijk konden zien liggen.
Grossglockner
De beklimming van de Grossglockner was technischer en zwaarder. Het terrein bestond uit rots, sneeuw en smalle passages, waar zorgvuldig zekeren noodzakelijk was. De omstandigheden maakten het extra uitdagend: een temperatuur van -6 graden, stevige wind en bewolking beperkten het zicht en vroegen om nog meer concentratie.
Voor deze beklimming waren twee lokale gidsen aangesloten. Eén van hen had haast om de berg te beklimmen en het slechte weer voor te zijn. Dit leidde in een van de drie touwgroepjes waarin we waren verdeeld af en toe tot grappige situaties: de gids kreeg al snel de bijnaam “Luigi” en kreeg van een van de deelnemers in het Nederlands zeer duidelijke feedback. Ondanks de lichte chaos leidde dit de groep veilig naar de top van de hoogste berg van Oostenrijk, 3.798 meter.
Afsluiting
’s Avonds verbleven we in berghutten. Daar was tijd om uit te rusten, samen te eten en de volgende dag voor te bereiden. Na een week keerden we terug in het dal, vermoeid maar met het gevoel dat de inspanningen de moeite waard waren geweest.










